Wat is het doel van de in voorschrift 6.2.4 van PGS15 beschreven eis? Gaat het hier om bescherming van de flessen tegen aanstraling als gevolg van een brand in het gebouw of gaat het om bescherming van het pand als gevolg van brandende gasflessen?
Het uitgangspunt bij het formuleren van de voorwaarden in de PGS is steeds geweest dat de gasflessen beschermd moeten worden tegen invloeden van buiten af. De constructie van de gasflessen zelf is zodanig dat ervan uitgegaan mag worden dat deze geen bedreiging naar buiten vormen bij normale opslagomstandigheden (voor acetyleen ligt dit anders omdat de inhoud onder bepaalde condities kan gaan reageren).
Uit voorschrift 6.2.4, noch uit de overige tekst van PGS 15, blijkt niet direct dat dit het uitgangspunt is geweest. Er moet van uitgegaan worden dat de voorziening voor beide doelen wordt getroffen. Met name als gasflessen tegen de effecten van de gevolgen van een brand in het gebouw beschermd moeten worden, betekent dit dat van de gevel niet alleen de scheidingsconstructie, maar ook de draagconstructie ten minste 60 minuten brandwerend moet zijn uitgevoerd.
Het is goed denkbaar dat andere voorzieningen een gelijkwaardig niveau van veiligheid opleveren. Bijvoorbeeld een gevel die niet brandwerend is uitgevoerd, maar waarbij tussen de opslag van gasflessen en de gevel een betonnen wand is geplaatst met zijwanden en een afdekking met een breedte loodrecht op de gevel van ten minste 1 meter en 0,5 meter breder dan de opslag (‘bushokje’).
