Moet een bovengrondse tank met daarin afgewerkte olie met een vlampunt van meer dan 100°C opgeslagen worden conform PGS 30?
Overgangsrecht
Ja, de opslag van afgewerkte olie moet plaatsvinden volgens artikel 4.6 van het Activiteitenbesluit. In paragraaf 4.1.3 van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer staat uitgewerkt welke maatregelen getroffen moeten worden. In artikel 4.15 MR, eerste lid, staat dat de tank moet zijn geïnstalleerd volgens BRL K903. De stationaire tank moet volgens artikel 4.15, tweede lid ook voldoen aan 4.1.3, 4.2.4 tot en met 4.2.7, 4.2.9, 4.2.10, 4.2.14, 4.3.1 tot en met 4.3.4, 4.3.6, 4.3.8, 4.3.9, 4.3.11, 4.4.1, 4.4.3, 4.4.4, 4.4.7, 4.4.8, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.9, 4.5.12 en de voorschriften in paragraaf 4.6 van PGS 30.
In 4.15 MR vijfde lid is bepaald dat in afwijking van PGS 30 de bovengrondse opslag tank niet hoeft te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van water. Wel moet de tank jaarlijks worden leeggehaald.
In hoofdstuk 6 van de Regeling is overgangsrecht opgenomen voor bestaande tanks, artikel 6.10 en artikel 6.11. Ten aanzien van een bovengrondse opslagtank die is geïnstalleerd voor 1 januari 2000, gelden andere regels voor overvulbeveiliging en lekbakken.
Tanks die voor 1 januari 2000 zijn geinstalleerd en niet kunnen worden gekeurd volgens PGS 30 moeten voor 1 januari 2015 buiten gebruik worden gesteld (artikel 6.11).
Uit Ministeriële Regeling.
Artikel 6.10
- Ten aanzien van een bovengrondse stationaire opslagtank met vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie, die is geïnstalleerd voor 1 januari 2000, zijn artikel 4.15, eerste lid en de in artikel 4.15, tweede lid, genoemde voorschriften 4.2.6 met betrekking tot de gecertificeerde overvulbeveiliging en 4.3.1 met betrekking tot het installatiecertificaat, 4.3.2 met betrekking tot de constructie-eisen voor opvangbakken, 4.5.2 uit PGS 30 en artikel 4.15 zesde lid tot 1 januari 2015 niet van toepassing.
- Ten aanzien van een bovengrondse opslagtank met stoffen van klasse 8 van het ADR verpakkingsgroep II en III zonder bijkomend gevaar die is geïnstalleerd voor inwerkingtreding van deze regeling zijn artikel 4.15, eerste lid en de in artikel 4.15, tweede lid genoemde voorschriften 4.2.6 met betrekking tot de gecertificeerde overvulbeveiliging en 4.3.1 met betrekking tot het installatiecertificaat, 4.3.2 met betrekking tot de constructie-eisen voor opvangbakken, 4.5.2 uit PGS 30 en artikel 4.15 zesde lid tot 1 januari 2023 niet van toepassing.
- Artikel 4.14, derde lid is niet van toepassing op bovengrondse opslagtanks die zijn geïnstalleerd voor de inwerkingtreding van dit besluit én die niet op de bodem staan.
Artikel 6.11
Indien een bovengrondse opslagtank die is geïnstalleerd voor 1 januari 2000 niet overeenkomstig voorschrift 4.5.2 van de PGS 30 geïnspecteerd kan worden, wordt deze opslagtank uiterlijk 1 januari 2015 buiten werking gesteld overeenkomstig de bepalingen in de PGS 30.
