PGS

Waaraan moet de opslag van afgewerkte olie volgens het Activiteitenbesluit voldoen?

De artikelen 2.9, en 2.11 van het Activiteitenbesluit zijn op afgewerkte olie altijd van toepassing; zo moet voorafgaand aan een activiteit altijd een bodemonderzoek zijn uitgevoerd (‘nulsituatie-onderzoek'). Verder hangen de eisen af van de manier waarop de afgewerkte olie wordt opgeslagen: in een boven- of ondergrondse opslagtank, of in een verpakking.

De aanvullende eisen aan een bovengrondse opslagtank met afgewerkte olie staan in artikel 4.6 van het besluit en in de artikelen 4.13 t/m 4.19 van de ministeriële regeling. Belangrijk is onder meer dat de tank in goede staat verkeert en minimaal een keer per jaar wordt geleegd. Ook gelden diverse voorschriften van de PGS 30. De bovengrondse tank moet door een erkend installateur volgens de BRL K 903 (versie 7) zijn geïnstalleerd. Op grond van overgangsrecht, artikel 6.10 van de ministeriële regeling, gelden voor tankinstallaties die voor 1 januari 2000 in gebruik zijn genomen uitzonderingen. Zo hoeven deze bestaande tanks pas in 2015 herkeurd te worden.

De aanvullende eisen aan  een ondergrondse tank met afgewerkte olie staan in de artikelen 2.10, 3.29 en 3.30 van het besluit en de artikelen 2.2, 2.6 en 3.32 t/m 3.38 van de ministeriële regeling. Zo moet de tank zijn geinstalleerd door een installateur die is erkend op grond van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer en gelden er enkele eisen uit de PGS 28. Deze tanks moeten ten minste één maal per jaar worden geleegd en minstens een maal per vijf jaar worden herkeurd.

Als afgewerkte olie in een verpakking wordt opgeslagen hangen de eisen af van het vlampunt van de afgewerkte olie. Is dat lager dan 60 ◦C, dan betreft het een gevaarlijke stof (ADR klasse 3) en moet de opslagvoorziening voldoen aan artikel 4.1 van het besluit en de artikelen 4.1 t/m 4.10 van de ministeriële regeling Een belangrijke eis is dan dat de opslagvoorziening moet zijn uitgevoerd als een brandcompartiment (WBDBO, ten minste 60 minuten). Verder gelden nog enkele andere voorschriften van de PGS 15.

Is het vlampunt van de afgewerkte olie hoger dan 60 ◦C, dan is het geen gevaarlijke stof. Dan moeten voor de opslagvoorziening op grond van artikel 2.9 bodembeschermende voorzieningen en -maatregelen worden getroffen, waarmee een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. In de artikelen 2.1 t/m 2.6 van de ministeriële regeling staan voor deze voorzieningen en maatregelen nog enkele aanvullende eisen.


Terug naar Vraag en Antwoord PGS 30